Publicatie
13/03/2026
Met meer dan 2.600 directe jobs en ongeveer 10.000 onrechtstreekse job is de Belgische private kansspelsector een economische realiteit met een significante impact op onder andere de werkgelegenheid en lokale inkomsten. Alleen al in Vlaanderen was de sector in 2024 bovendien goed voor ongeveer €95 miljoen aan te innen belastingen: €73 miljoen uit spelen en weddenschappen en nog eens €22 miljoen uit automatische ontspanningstoestellen. De inningsgraad bedroeg daarbij 82,2% voor spelen en weddenschappen en 96,7% voor automatische ontspanningstoestellen.
Het regeerakkoord van 31 januari 2025 voorziet bovendien in de overdracht van de sector naar de minister van Economie als enige bevoegde minister. Die verschuiving is meer dan een institutionele hertekening. De ministerraad stelt in zijn mededeling over het voorontwerp van wet van David Clarinval en Annelies Verlinden expliciet dat kansspelen niet langer louter een kwestie van openbare orde zijn, maar een echte economische sector vormen met belangrijke economische belangen. Daarbij is regulering nodig om eerlijke concurrentie en een doeltreffende bescherming van de spelers te waarborgen. Precies daarin zit de kern: economische erkenning en strikte regulering versterken elkaar.
Een sector met een reële economische voetafdruk
De economische rol van de sector is concreet en tastbaar. De private kansspelsector verschaft in België rechtstreeks werk aan meer dan 2.600 personen, uitgedrukt in voltijdse equivalenten, en is daarnaast goed voor ongeveer 10.000 onrechtstreekse jobs. Het gaat daarbij om een brede keten van activiteiten en profielen, van techniekers en installateurs tot ontwikkelaars, reclamepartners en andere dienstverleners. De economische impact van de sector reikt dus duidelijk verder dan de speeltafel of het wedkantoor alleen.
Ook lokaal laat die economische aanwezigheid zich voelen. Landgebonden casino’s zijn vaak stevig verankerd in steden en gemeenten, niet zelden in gebouwen met een belangrijke erfgoedwaarde. Gemeenten die een casino huisvesten, zijn in bepaalde gevallen ook eigenaar van de infrastructuur en doen daar zelf investering in. Zo investeerde de stad Oostende eerder 63,17 miljoen euro in de renovatie van het Casino Kursaal, bovenop bijkomende onderhouds- en renovatiekosten. Daar staan concessievergoedingen en andere lokale inkomsten tegenover. De sector is dus niet alleen een private marktactiviteit, maar ook verweven met de lokale economie, stedelijk patrimonium en gemeentelijke budgetten.
Een strikt gereguleerde sector
Tegelijk is dit allesbehalve een vrije markt. De wet van 7 mei 1999 deelt kansspelinrichtingen op in verschillende klassen, waaronder casino’s, speelautomatenhallen en wedkantoren. Voor verschillende categorieën is het aantal vergunningen bovendien wettelijk beperkt. Voor casino’s gaat het om slechts negen vergunningen in heel België, voor speelautomatenhallen om 180. Toetreding tot de markt verloopt dus binnen een strikt afgebakend vergunningskader.
Wie legaal kansspelen wil aanbieden in België, moet bovendien aan strenge voorwaarden voldoen. Kandidaat-licentiehouders moeten aantonen dat zij voldoen aan de vereisten op het vlak van goed gedrag, fiscaliteit, aandeelhouderschap en solvabiliteit. Ook medewerkers in casino’s, speelautomatenhallen en wedkantoren moeten beschikken over een vergunning D en daarvoor een specifieke opleiding volgen.
Waarom de bevoegdheidsoverdracht nodig is
Vandaag gaat twee derde van het online kansspelverkeer op de 25 meest bezochte websites in België naar niet-vergunde sites, en vloeit 23% van het totale gokbudget naar operatoren zonder licentie. Net de meest kwetsbare groepen blijken daarbij oververtegenwoordigd: 47% van de EPIS-geregistreerden wijkt uit naar illegale kanalen. Zodra spelers in dat illegale circuit terechtkomen, verdwijnt niet alleen het beschermende kader, maar ook de economische meerwaarde voor België: geen Belgische belastingen, geen bijdrage aan lokale werkgelegenheid en geen investeringen in preventie of hulpverlening.
Tegen die achtergrond is de aangekondigde overdracht logisch. Een sector die jobs creëert, de lokale economie ondersteunt, verankerd is in steden en gemeenten en tegelijk onder een streng vergunningsregime werkt, vraagt immers om een beleidsbenadering die ook de economische realiteit mee in acht neemt.
Ook de Kansspelcommissie zelf wijst op de nood aan een sterkere institutionele omkadering. In haar jaarverslag benadrukt ze dat haar rol als toezichthouder onder druk staat door personeelstekorten en beperkte middelen, en dat de hervorming een kans moet zijn om uit te groeien tot een moderne regulator die gewapend is voor een snel veranderende markt. Dit toont ook maar weer eens aan dat economische erkenning hand in hand gaat met een sterk toezicht en doeltreffende handhaving.
De maatschappelijke en economische meerwaarde
Voor BAGO is dit ook de kern van het debat. De vraag is niet of de sector gereguleerd moet zijn, daarover kan geen twijfel bestaan. De echte vraag is hoe België een model kan uitbouwen waarin een vergunde sector op een optimale manier economische waarde blijft creëren, terwijl toezicht, handhaving en spelersbescherming simultaan versterkt blijven worden. Precies daarin ligt de maatschappelijke én economische meerwaarde van een gereguleerd model.
Over BAGO
De ‘Belgian Association of Gaming Operators’ (BAGO) bestaat uit vijf Belgische ondernemingen die officieel erkend zijn door de Kansspelcommissie als vergunde kansspeloperatoren. Hierbij vervullen al onze leden hun wettelijke kanalisatieplicht door spelers naar een vergund en verantwoord spelaanbod te leiden. De vereniging vertegenwoordigt zo de meerderheid van de Belgische on- en offline kansspelmarkt, bestaande uit casino’s, speelautomatenhallen, wedkantoren en hun geassocieerde websites.
Contact – info@bago.be
Wil je graag bijkomende informatie over kansspelen, de private kansspeloperatoren in België en/of BAGO?